Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Woningbouw versnelt niet met jaren: ‘vergunningvrij bouwen’ is geen wondermiddel

Heijmans presenteerde deze week een experiment waarbij projecten “vergunningvrij” zouden kunnen worden gebouwd om zo de doorlooptijd met mogelijk twee jaar te verkorten. Maar een nadere juridische analyse laat zien dat die belofte niet alleen sterk overdreven is, maar zelfs nieuwe risico’s kan introduceren.

19 February 2026

In het persbericht stelt Heijmans dat bouwen zonder omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit een grote versnelling kan opleveren. Volgens het bouwbedrijf vervalt dan namelijk de fase van formele besluitvorming, bezwaar en beroep. In theorie zou daarmee een aanzienlijk traject kunnen worden overgeslagen.

In de praktijk ligt dat ingewikkelder. Bij de omgevingsplanactiviteit bouwen vindt namelijk geen ruimtelijke afweging plaats, tenzij het bouwplan in strijd is met het omgevingsplan. De vergunningverlening is limitatief‑imperatief ingericht, waardoor gemeenten slechts een zeer beperkt toetsingskader hebben. Juist om die reden kan een activiteit in het omgevingsplan in bepaalde gevallen vergunningvrij worden verklaard.

De veronderstelde tijdwinst van twee jaar is volgens deskundigen daarom niet realistisch. De beslistermijn voor de omgevingsplanactiviteit bedraagt maximaal acht weken. Bij plannen die volledig binnen het omgevingsplan passen, heeft bezwaar bovendien nauwelijks kans van slagen en is de kans klein dat een voorlopige voorziening wordt toegewezen. In zulke gevallen kan al binnen acht weken worden gestart met bouwen.

Dit staat in scherp contrast met de claim van jarenlange versnelling. Eventuele tijdwinst beperkt zich uitsluitend tot die acht weken en kan bovendien al vroeg in het traject weer verdwijnen doordat extra onderzoek nodig blijkt om juridische en planologische zekerheid te creëren in de omgevingsplanprocedure.

Daarnaast verschuift met vergunningvrij bouwen het juridische risico. In reguliere procedures worden fouten die in een bestemmingsplan of omgevingsplan zijn blijven zitten — bijvoorbeeld omdat het plan toch niet volledig in overeenstemming blijkt met de planregels — vaak tijdens de vergunningprocedure hersteld. Die correctieruimte ontbreekt volledig wanneer zonder vergunning wordt gestart. Als de vertaling van het omgevingsplan naar het concrete bouwplan niet zorgvuldig is gedaan, kan dit tijdens de uitvoering alsnog aan het licht komen. Dat risico ligt in zo’n geval volledig bij de bouwer.

Daarbij komt dat bij vergunningvrije projecten de tweede rechtsgang niet verdwijnt, maar verschuift naar handhaving. Zeker bij omstreden plannen dienen omwonenden regelmatig handhavingsverzoeken in. Is zo’n verzoek gegrond, dan staat de ontwikkelaar juridisch met lege handen: het ontwerp voldoet dan niet aan de eisen en wordt gezien als bouwen zonder vergunning. Het gevolg is dat de werkzaamheden kunnen worden stilgelegd, met alle vertraging van dien.

Het experiment dat Heijmans aankondigt is daarmee interessant om te volgen, maar de verwachtingen over structurele versnelling lijken vooralsnog ongegrond. De juridische werkelijkheid is weerbarstiger: vergunningvrij bouwen kan in specifieke gevallen iets aan tijd besparen, maar introduceert tegelijkertijd nieuwe onzekerheden en verschuift risico’s naar de uitvoeringsfase. Hoe dit uitpakt bij grotere projecten of bij stevige bezwaren tijdens de bouw, zal moeten blijken. Voorlopig lijkt het experiment vooral te onderstrepen dat sneller bouwen niet automatisch betekent dat de juridische werkelijkheid sneller wordt.

Artikel delen