Een standaardsjabloon voor de opbouw van een omgevingsplan ontbreekt. Terwijl standaardisering – waar mogelijk en nuttig – geldt als een remedie tegen vertraging en kostenverspilling. Een formidabele gemiste kans.

Vanuit de (gemeentelijke) praktijk klinkt steeds weer de smeekbede om met modelregels te komen.
Programma’s zoals ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ hebben wel handreikingen gemaakt, maar deze zijn niet verplicht. Veel gemeenten bevinden zich nog in een verkennende of experimentele fase, waarin harmonisatie nog niet op de agenda staat.
De huidige ongestructureerde situatie leidt tot onnodig hoge kosten en vertraging, wat ook zijn weerslag heeft op woningbouwplannen. Als regelgeving en instrumenten worden gestandaardiseerd, wordt het proces efficiënter, sneller en ontstaat uitwisselbaarheid. Gemeenten behouden nadrukkelijk alle ruimte om de beleidsinhoud van hun omgevingsplannen te bepalen.
Omwille van tempo en kostenreductie beoogt de adviesgroep STOER om harmonisatie en standaardisatie van omgevingsplannen binnen het DSO te bevorderen. Zonder afbreuk te doen aan de lokale beleidsvrijheid die de Omgevingswet biedt.
De Adviesgroep STOER bracht deze concrete adviezen uit:
1. VNG of VRO ontwerpen een ‘bibliotheek van modulaire voorbeeldregels’. Dat zijn kant-en-klare juridische regelmodules die voldoen aan de STOP/TPOD-standaard én inhoudelijk zijn afgestemd op veelvoorkomende beleidsdoelen (bijvoorbeeld woningbouw geur, geluid, erfafscheidingen, parkeren, duurzaamheidseisen, etc.). Gemeenten kunnen deze modules één-op-één overnemen of aanpassen opaan de lokale situatie (maatwerk) en combineren met eigen regels.
2. De adviesgroep adviseert de gemeenten om - voordat zij gaan werken aan het (definitief) omgevingsplan - met de ‘dereguleringsstofkam’ door alle relevante regelingen, normen en eisen te gaan. Dat leidt bijvoorbeeld tot prioritering in plaats van stapeling van eisen. Daarnaast komt bijvoorbeeld de vraag aan de orde om bepaalde activiteiten aan een vergunningsplicht te binden, aan een meldingsplicht of helemaal vergunningsvrij. Verschillende gemeenten hebben met deze aanpak al goede ervaringen opgedaan, zoals De Bilt en Elburg.
3. Een groot probleem voor alle gebruikers is de slechte vindbaarheid van het totaalbeeld aan regels van toepassing op een plangebied binnen omgevingsplannen en de wijzigingen daarvan in het DSO/Omgevingsloket ’Regels op de kaart’.Het DSO dient te worden gelinkt aan openbare GIS-informatie met betrekking tot álle voor woningbouw relevante milieuaspecten. In geval van een omgevingsplan is in PDOK (Publieke Dienstverlening op de Kaart)[1] al veel samengebracht, maar GIS-informatie wordt momenteel nog onvoldoende, gefragmenteerd en vanuit verschillende bronnen ter beschikking gesteld. Omdat er geen centraal platform is zijn nu kostbare adviesopdrachten noodzakelijk.
