Steeds meer gemeenten willen vergroenen. De aanleg van groen krijg je als gemeente meestal wel gefinancierd, maar het onderhoud en beheer is vaak lastig. Arcadis en &flux onderzochten in opdracht van het ministerie van VRO hoe verschillende gemeenten vergroening financieren. Het resultaat: praktische handvatten voor gemeenten om vergroening financieel beter te borgen. Met concrete lessen uit de praktijk.

Veel gemeenten willen de leefomgeving groener en klimaatbestendiger te maken. Niet alleen vanwege hittestress en wateroverlast, maar ook door de nieuwe Europese Natuurherstelverordening. Toch lukt het niet altijd om groene maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door ruimtegebrek of omdat er geen langjarige financiering is voor onderhoud en beheer. Volgens het rapport kunnen gemeenten dit voorkomen door vergroening stevig te verankeren in beleid, organisatie en begroting.
Arcadis en &flux onderzochten hoe verschillende gemeenten vergroening aanpakken. Voor het onderzoek is een gevarieerde groep van negen gemeenten geselecteerd: kleinere en grotere gemeenten, uit hoog en laag Nederland. En bij elke gemeente zijn 1 tot 3 projecten bestudeerd, die ook weer variëren in grootte en type. Hieruit blijkt dat gemeenten grofweg op drie niveaus invloed uitoefenen op groenbudgetten: op project-, programma- en beleidsniveau. De onderzoekers raden gemeenten aan om budgetten niet per project te bepalen, maar om te werken met een ‘groenprogramma’: een integrale aanpak waarin je de doelen, middelen en keuzes over meerdere jaren bundelt. Zo ontstaat er ruimte om projecten bij te sturen, en stapsgewijs te plannen en uit te voeren over een langere periode.
Voor de aanleg van groen hebben gemeenten meestal wel geld beschikbaar, maar op het structurele beheer en onderhoud van groen wordt de afgelopen decennia vaak bezuinigd. Vooral voor bestaande wijken, waar vergroening vaak ingewikkelder is, hebben gemeenten vaak moeite om de kosten te dekken voor beheer en onderhoud. Daardoor gaat de kwaliteit van het aangelegde groen achteruit. Slechts een paar gemeenten, zoals Rotterdam en Urk, laten het budget voor beheer automatisch meegroeien met de totale oppervlakte aan openbaar groen.
De onderzoekers raden gemeenten aan om bestaande inkomsten te gebruiken voor vergroening, zoals de rioolheffing. Of de Nota Kapitaalgoederen, een soort onderhoudsplan van de gemeente voor het onderhoud en de vervanging van de grote en dure onderdelen van de openbare ruimte. Met dit plan onderbouw je het budget voor bijvoorbeeld het onderhoud van wegen, bruggen en riolen, maar dus ook voor openbaar groen.
Verder kan slimme framing helpen om vergroening gefinancierd te krijgen. Als je laat zien dat groen helpt bij andere opgaven, zoals wateroverlast, gezondheidsproblemen of samenleven in een wijk, dan willen andere afdelingen of organisaties soms meebetalen. Dit gebeurt bijvoorbeeld al in Breda en Alphen aan den Rijn.
De onderzoekers adviseren gemeenten om programmatisch te werken, heldere normen op te stellen en data beter te gebruiken om hun groenopgave inzichtelijk te maken. Voor het Rijk ligt er een taak om meer duidelijkheid te geven over wettelijke kaders. Ook adviseren de onderzoekers het Rijk om gemeenten te ondersteunen bij monitoring, en structurele financiering mogelijk te maken via bijvoorbeeld subsidies of instructieregels.
Rapport Bekostiging Groene Klimaatadaptatie (2025) (pdf, 15 MB)
