Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

 

Het behoud en beheer van cultureel erfgoed wordt sinds 2016 geregeld onder de Erfgoedwet, waarin bestaande wet- en regelgeving rondom erfgoed is gebundeld. Ook zijn er nieuwe een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Deze wet heeft als doel te zorgen voor integrale bescherming van cultureel erfgoed. Sinds januari 2024 werkt de Erfgoedwet samen met de Omgevingswet, waarmee het beheer van cultureel erfgoed wordt geïntegreerd in het begrip van de fysieke leefomgeving. Volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed komt de taakverdeling tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet op het volgende neer: “de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet; de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet.”

Cultureel erfgoed onder de Omgevingswet

Onder de Omgevingswet worden vijf elementen van cultureel erfgoed gezien als onderdeel van de fysieke leefomgeving. Dit zijn (1) monumenten, (2) archeologische monumenten, (3) stads- en dorpsgezichten, (4) cultuurlandschappen en (5) roerend cultureel erfgoed, indien dit aan een fysieke locatie verbonden is.

De Omgevingswet stelt dat gemeenten cultureel erfgoed mee moeten nemen in het opstellen van het omgevingsplan. Niet elke gemeente heeft (evenveel) cultureel erfgoed en in verschillende gemeenten zal de bescherming van erfgoed meer of minder belangrijk zijn. Er is ruimte voor gemeenten om zelf te besluiten in hoeverre het erfgoed concreet beschermd zal worden door het omgevingsplan. Uiteraard moet hierbij wel rekening gehouden worden met de het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.130 en artikel 5.131) en het Besluit activiteiten leefomgeving. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn bestaande regels uit onder andere het bestemmingsplan en de welstandsnota opgenomen.

Welstand onder de Omgevingswet

Welstandstoezicht is onder de Omgevingswet anders ingericht dan voorheen onder de Woningwet. In het nieuwe systeem is voor gemeenten meer ruimte om zelf invulling te geven aan begrippen als welstand en omgevingskwaliteit. De gemeente is onder de Omgevingswet bijvoorbeeld niet verplicht een welstandscommissie in stand te houden.

Welstand blijft uiteraard wel een rol spelen onder de Omgevingswet. Regelgeving rondom welstand dient opgenomen te worden in het omgevingsplan. In het nieuwe deel van het omgevingsplan kan de gemeente bepalen in hoeverre bouwwerken of activiteiten moeten voldoen aan bepaalde eisen van welstand. Deze regels kunnen indien nodig of wenselijk doormiddel van een beeldkwaliteitsplan verder uitgewerkt worden. Een beeldkwaliteitsplan is niet verplicht onder de Omgevingswet, maar de gemeente kan ervoor kiezen om deze in te zetten om de regels over het uiterlijk van bouwwerken in het omgevingsplan concreter in te vullen.

In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn beleidsregels over welstand opgenomen (artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat). Voor welstandsnota geldt bijvoorbeeld overgangsrecht (artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet), waarmee de welstandsnota geldt als beleidsregel. (artikel 4.19 van de Omgevingswet).