Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

De meest in het oog springende veranderingen die de Omgevingswet in 2016 introduceerde in het kostenverhaalstelsel zijn wellicht de afschaffing van het exploitatieplan als zelfstandige planfiguur en het onderscheid tussen regels over grondexploitatie in het omgevingsplan en exploitatievoorschriften in andere besluiten. Materieel gezien zijn die veranderingen minder opvallend, maar er zou volgens het kabinet met de keuze tussen regels en voorschriften wel meer flexibiliteit in het systeem worden gebracht. Feit blijft dat in de praktijk in slechts 3% van het aantal gevallen waarin volgens 6.12 Wro een exploitatieplan verplicht zou zijn, ook daadwerkelijk een exploitatieplan wordt opgesteld. In het overgrote deel (97%) van de situaties waarin kostenverhaal aan de orde is, wordt deze anderszins verzekerd via een anterieure overeenkomst dan wel uit grondverkoop Planbureau voor de Leefomgeving, 2012, p.21..

Voor exploitatieregels, die in het omgevingsplan zouden moeten worden opgenomen, is de gemeenteraad het bevoegd gezag, tenzij de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan door de gemeenteraad is gedelegeerd aan het college van B&W. Het bevoegd gezag voor de vaststelling van exploitatievoorschriften zou dan in veel gevallen het college van burgemeester en wethouders zijn als het gaat om een aanvraag voor een aangewezen bouwactiviteit.

In artikel 6.15 Wro is bepaald dat een exploitatieplan jaarlijks moet worden herzien. Ter vermindering van bestuurslasten en administratieve lasten voor het bedrijfsleven was in artikel 12.7 van de Omgevingswet de termijn voor actualisatie van de exploitatieregels op twee jaar gesteld. In de nieuwe Afdeling 13.6 is die termijn niet meer opgenomen.

Exploitatievoorschriften konden volgens de Omgevingswet (2016) gekoppeld zijn aan een projectbesluit, een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit of een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als bij het besluit tot wijziging van het omgevingsplan of bij de omgevingsvergunning besloten is de grondexploitatie te regelen bij die vergunning (12.3 Omgevingswet). De bepaling over het in een latere fase, tot het moment van een concrete vergunningaanvraag, stellen van exploitatievoorschriften was nieuw ten opzichte van de Wro. Hiermee werd volgens het kabinet tegemoetgekomen aan de wens tot meer flexibiliteit en uitnodigingsplanologie. Het omgevingsplan diende dan de mogelijkheid tot het doorschuiven naar de vergunningsfase wel expliciet te bepalen, zodat voor de toekomstige aanvrager duidelijk is dat hij nog met exploitatievoorschriften te maken krijgt en een exploitatiebijdrage zal moeten betalen.