Een gemeente mag zich bij bouwprojecten onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) niet opstellen als een tweede inhoudelijk beoordelaar. Dat volgt uit een recent advies van de Adviescommissie Toepassing en Gelijkwaardigheid Bouwvoorschriften (ATGB), waarin een conflict centraal stond over de stabiliteitsberekening van een woning die al in aanbouw was.

De kwestie speelde bij de bouw van een vrijstaande woning die valt in gevolgklasse 1 en daarmee onder het stelsel van kwaliteitsborging wordt gerealiseerd. In een vergevorderd stadium van de bouw liet de gemeente weten dat de ingediende stabiliteitsberekening niet voldeed en dat een herziene berekening moest worden aangeleverd. Zonder die aanpassing zou de woning volgens de gemeente niet in gebruik mogen worden genomen.
De kwaliteitsborger verzette zich tegen dat standpunt en stelde dat de gemeente zich hiermee buiten haar rol begeeft. Onder de Wkb ligt de inhoudelijke toetsing van bouwtechnische aspecten namelijk bij de kwaliteitsborger, niet bij het bevoegd gezag. De situatie leidde tot een principiële vraag: wie is er aan zet bij twijfel over de technische onderbouwing van een bouwplan?
In zijn advies maakt de ATGB duidelijk dat het antwoord op die vraag helder is. Bij bouwwerken in gevolgklasse 1 heeft de gemeente geen taak meer om documenten inhoudelijk technisch te beoordelen. Die verantwoordelijkheid ligt bij de kwaliteitsborger, die op basis van een risicobeoordeling en borgingsplan toetst of aan de bouwtechnische regels wordt voldaan.
Daarmee vervalt ook de mogelijkheid voor de gemeente om tijdens de bouw op basis van een eigen inhoudelijk oordeel een herziening van stukken te eisen. De ATGB stelt expliciet dat dit niet is toegestaan. Het opvragen van aanvullende informatie mag wel, maar uitsluitend in het kader van toezicht en handhaving en niet als verkapte inhoudelijke toets.
Ook het standpunt van de gemeente dat ingebruikname kan worden tegengehouden zolang geen aangepaste berekening is ingediend, houdt geen stand. Een gereedmelding van de kwaliteitsborger hoeft niet inhoudelijk door de gemeente te worden goedgekeurd. Anders dan voorheen kent het systeem geen preventieve toets meer voorafgaand aan gebruik.
De commissie benadrukt dat gemeenten wel degelijk bevoegd blijven om op te treden als er sprake is van onveilige situaties. Toezicht en handhaving blijven nadrukkelijk onderdeel van hun rol. Als er aanwijzingen zijn dat niet aan de bouwregels wordt voldaan, kan de gemeente ingrijpen via het reguliere handhavingsinstrumentarium. In dat geval ligt de bewijslast echter bij de gemeente zelf.
De casus laat volgens de ATGB zien dat het niet de bedoeling is dat zowel gemeente als kwaliteitsborger inhoudelijk aan het roer staan. Het beeld van “twee kapiteins op één schip” past niet binnen het stelsel van de Wkb. De kwaliteitsborger voert de technische beoordeling uit, terwijl de gemeente toeziet op het systeem en zo nodig handhaaft.
De uitspraak is relevant voor de praktijk, waarin de rolverdeling onder de Wkb nog regelmatig tot discussie leidt. Dit advies onderstreept dat gemeenten terughoudend moeten zijn met inhoudelijke bemoeienis bij projecten in gevolgklasse 1, en dat het nieuwe stelsel juist is ingericht om die verantwoordelijkheid expliciet bij private kwaliteitsborgers neer te leggen.
