Onder de Omgevingswet is er een verandering opgetreden t.a.v. de termijn waarna een ongebruikte omgevingsvergunning mag worden ingetrokken. Ik heb hier eerder al eens over geschreven in dit artikel:

Toch blijft er ook nog veel hetzelfde. In de uitspraak Rechtbank Noord-Holland 12 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4774 is een jurisprudentielijn van onder de Wabo onder de Ow voortgezet. Het college mocht de omgevingsvergunning die in 1969 aan de vorige bewoners van het pand was verleend intrekken, omdat er perioden zijn geweest van langer dan een jaar waarin geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Gesteld en niet betwist is dat er sinds 1969 perioden zijn geweest van langer dan een jaar waarin geen werkzaamheden zijn verricht ter uitvoering van de verleende vergunning. De voorzieningenrechter gaat er daarom vanuit dat het college bevoegd was om de in 1969 verleende vergunning in te trekken.
De stelling dat er in het jaar direct voorafgaande aan de intrekking wel werkzaamheden zijn verricht in het kader van hetgeen in 1969 is vergund maakt dit, wat hier ook van zij, niet anders. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 22 januari 2025 (ECLI:NL:RVS: 2025:213, r.o. 8).
De Afdeling oordeelde in die uitspraak dat uit de wettekst niet kan worden afgeleid dat de daar genoemde periode direct moet voorafgaan aan het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning. In deze uitspraak was weliswaar artikel 2.33, lid 2, onder a Wabo (hierin was bepaald dat een omgevingsvergunning voor bouwen kon worden ingetrokken, voor zover gedurende 26 weken geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning) nog van toepassing en niet de Omgevingswet, maar de voorzieningenrechter is van oordeel dat het nu van toepassing zijnde (bijna gelijkluidende) art. 5.40, lid 2, onder b Ow op dezelfde wijze dient te worden uitgelegd.
Dus ook als er direct voorafgaand aan de intrekking werkzaamheden zijn verricht leidt dat er, gelet op de eerdere perioden waarin geen werkzaamheden zijn verricht, niet toe dat het college niet meer mag intrekken.
