De BOPA-jurisprudentie komt de laatste tijd echt op stoom. In mijn beleving is dit de eerste keer dat er maar liefst 3 BOPA-uitspraken op een dag worden gepubliceerd. Zo deed de Rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2026:4500) een instructieve BOPA-uitspraak, waarin aspecten als waterveiligheid en trillingshinder in het kader van de ETFAL-toets aan bod zijn gekomen.

Ook is in deze uitspraak wederom toepassing geven aan de zogenoemde 'on-uitvoerbaarheidstoets' die bij de BOPA in het kader van ETFAL geldt (ondanks dat de onlosmakelijke samenhang onder de Omgevingswet is komen te vervallen). Het ging hier om de vraag of een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna-activiteit wellicht nodig en vergunbaar is.
Meer over deze uitspraak is hier te lezen:
Ook deed de Rechtbank Den Haag op 8 mei 2026 twee BOPA-uitspraken (ECLI:NL:RBDHA:2026:10143 + ECLI:NL:RBDHA:2026:10144).
In een van de twee BOPA-uitspraken kwam o.a. de reikwijdte van de ETFAL-toetsing aan bod inzake het verschuiven van een verkeersontsluiting naar een andere locatie en de relatie met het andere nog te doorlopen spoor van een uitwegvergunning op basis van de APV. De rechtbank overweegt dat de verkeersaspecten in uitgebreide en uitputtende zin aan de orde dienen te komen bij de toekomstige uitwegvergunning. De aanvraag van vergunninghouder ziet op een omgevingsvergunning voor een BOPA. Bij de beoordeling van deze aanvraag staat centraal of sprake is van ETFAL. Dit vereist een brede planologische belangenafweging, waarin onder meer de verkeersveiligheid en ruimtelijke kwaliteit worden meegenomen. In deze fase wordt op hoofdlijnen beoordeeld of het verplaatsen van de ontsluiting op overwegende bezwaren stuit. Een gedetailleerde beoordeling van een veilig en doelmatig gebruik van de weg dient plaats te vinden bij de aanvraag van een uitwegvergunning op grond van artikel 2.12 van de APV.
Lees meer in een gecombineerd artikel over deze 2 BOPA-uitspraken:
