Door klimaatverandering en intensief ruimtegebruik veranderen de natuurbrandrisico’s in Nederland en neemt de kans op (gelijktijdige) branden met directe impact op de samenleving toe. De natuurbranden van een paar weken geleden laten dit zien. Omdat natuur, bebouwing en mensen dicht op elkaar zitten, kan een brand makkelijk overslaan van vegetatie naar bebouwing, en omgekeerd. Het NIPV onderzoekt daarom de overgangszone tussen vegetatie en bebouwing: om welke gebieden gaat het en welke maatregelen zijn daar mogelijk?

Als eerste is in het onderzoek gekeken naar een Nederlandse benaming, definitie en kaartmethodiek voor de overgangszone, in het Engels Wildland-Urban Interface (WUI) genoemd. Zo’n 35 experts, afkomstig van veiligheidsregio’s, terreinbeheer, overheid en onderzoek, hebben hierover meegedacht. In drie rondes zijn ideeën verzameld, geprioriteerd en aangescherpt tot breed gedragen conclusies.
Lees ook Blog: Het ontbreken van een Wildland-Urban Interface (WUI)-kaart is een gemiste kans
Lieuwe de Witte, lector Brandveiligheidskunde: “Dit document zet een eerste stap in het zichtbaar maken van de overgangszones tussen vegetatie en bebouwing in ons land. Kennis hierover is niet alleen essentieel voor gemeenten, provincies, brandweer en natuur- en terreinbeheerders, maar ook voor bewoners. De kennis helpt overheden en beheerders bij het maken van risicobeoordelingen, ruimtelijke keuzes, natuurbeheer en operationele voorbereidingen. Met als uiteindelijk doel de impact van natuurbranden op mens, gebouwen en natuur zo klein mogelijk te houden.”
De onderzoekers brengen momenteel in kaart waar in ons land vegetatie-bebouwingsovergangszones zijn. Op basis hiervan kunnen maatregelen en richtlijnen voor deze zones worden opgesteld.
De overgangszone waar vegetatie direct grenst aan, of verweven is met, bebouwing, infrastructuur of andere menselijke functies zoals wonen, werken of recreatie. Waardoor er een verhoogde blootstelling aan en kwetsbaarheid voor de impact van vegetatiebranden bestaan.
