Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Reactie coalitieakkoord Federatie

Samen aan de Slag doen we graag: de schouders onder de realisatie van alle broodnodige opgaven, en wel op zo’n manier dat Nederland mooier, leefbaarder en duurzamer wordt bij iedere ontwikkeling. En graag een beetje vlot. Dat past ook bij de uitdaging waar we als vakvereniging van kwaliteitsadviseurs voor staan. 2026 staat voor ons dan ook in het teken van de professionalisering van het kwaliteitsadvies voor de leefomgeving: vroegtijdig, democratisch verankerd en gericht op de uitvoering en het gebruik.

Federatie Ruimtelijke Kwaliteit 2 February 2026

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Waar we echter duidelijk over willen zijn, is dat de huidige stagnatie in de woningbouw niet aan bovenwettelijke lokale en regionale regels ligt. Ja, die moeten snel en goed gemoderniseerd worden, maar dat is een operatie waar gemeenten door het hele land al mee bezig zijn. Een vlotte voortgang en een goede bouwcultuur van markt, omgeving en overheid gezamenlijk wordt veel meer bevorderd door een goede en vroegtijdige samenwerking en betaalbare grond dan door het schrappen of toevoegen van regels.

 

Belang van de woningzoekende voorop?

Wij vragen ons af wat de formerende partners gedreven heeft om de pijlen te richten op regelgeving en (lokale) kwaliteitsambities. Het belang van de woningzoekende of het belang van de bouw? En nee, dat is niet hetzelfde. Woningzoekenden hebben baat bij voldoende toekomstbestendige en betaalbare woonomgevingen die met liefde en aandacht ontworpen zijn. Bouwers bij een gezond verdienmodel. Beide zijn nodig voor geslaagde volkshuisvesting, maar als de balans te veel doorslaat naar de kant van de markt, vertraagt de productie.

En daar lijkt het op met de maatregelen die in het coalitieakkoord worden beschreven. Nergens een woord over de echte vertragers, zoals de torenhoge grondkosten en de kosten van de aanleg van infra en OV. Rijnenburg kost ruim 5 miljard om volwaardig te ontsluiten, en dat is één uitbreidingslocatie. De 500 miljoen die dit kabinet voor heel Nederland reserveert hiervoor is om te grimlachen. 30 nieuwe locaties die ontsloten moeten worden vragen een veelvoud hiervan. Gelukkig liggen er inmiddels heel veel rapporten die aantonen dat we de woningnood óók grotendeels in bestaand bebouwd en ontsloten gebied op kunnen lossen.

Tegelijkertijd wordt de schuld van de vertraging – en de ‘oplossing’ –  volledig bij de overheid gezocht. Het coalitieakkoord spreekt van STOERe deregulering tot in het absurde (ieder jaar 500 regels!),  zonder andere drijfveer dan ‘ de overheid is vastgelopen’. Nee, de overheid is niet vastgelopen: de bouweconomie is vastgelopen. Door te hoge grond-, materiaal- en personeelskosten. Dat lossen we niet op door lagere eisen te stellen. Lagere eisen leiden hooguit tot tijdelijke symptoomverlichting, waarbij de mindere kwaliteit van woningen wel bij bewoners landt, maar de opbrengsten niet.

We schreven het al toen de STOERcommissie de bouw poogde vlot te trekken door te zoeken naar minder kwaliteit: gooi het kind niet met het badwater weg. Lokale kwaliteitsadvisering in de breedste zin van het woord – van bouwmeester tot onafhankelijke adviescommissie –  is broodnodig om met de druk die op grond, grondstoffen en capaciteit staat, woningen te bouwen waar we over 10 jaar ook nog blij mee zijn.

‘Welstand’ bestaat daarbij al niet meer sinds de invoering van de Omgevingswet, en de huidige adviescommissies omgevingskwaliteit helpen gemeenten bij de uitvoering van het lokale omgevingsbeleid. Hun werkwijze is zorgvuldig ingebed in de vergunningprocedure en kost niet meer tijd – maar levert wel een onafhankelijk advies op of de plannen voldoen aan de door de gemeente vastgestelde, democratisch gelegitimeerde ambities.  In veel gemeenten vormen deze commissies de laatste en vaak enige onafhankelijke kwaliteitscheck tussen beleidsambitie en concrete uitvoering.

Minder kwaliteitsbeleid bij overheden kan alleen als de bouweconomie ook volledig gericht is op de volkshuisvestingsopgave (in kwantiteit én in kwaliteit) én als de echte knelpunten daarbij (grond, grondstoffen en capaciteit) geadresseerd zijn. Laat dit kabinet streven naar een nieuwe bouwcultuur en een nieuwe bouweconomie, met oplossingen voor de schaarse goederen. Industrialisatie is daar absoluut een onderdeel van, maar ook voor duurzame grondstoffen en voor grond zullen actief oplossingen moeten worden gezocht. Alleen zo kunnen we naar een nieuwe en open, aanspreekbare bouwcultuur toe bewegen: realiseren we hier de juiste woningen op de juiste plek, voor de juiste doelgroep? Wij werken daar graag aan mee. De adviescommissies, bouwmeesters en alle ontwerpers staan klaar om dit verder vorm te geven met opdrachtgevers, bouwers en ontwikkelaars – sterker nog, we zijn ondertussen al heel hard aan het werk.  Doet u mee?

 

Moeten we dan geen regels meer schrappen? Er zijn toch te veel regels?

Ja, we moeten regels schrappen én we moeten regels veranderen. De Omgevingswet had een aanloopperiode van 10 jaar voordat hij in 2018 door het Rijk werd vastgesteld. Vervolgens heeft datzelfde Rijk de invoeringstermijn zes jaar uitgesteld. Veel gemeenten hebben in die 16 jaar alleen het hoognodige gerepareerd in het sectorale beleid, wachtend op duidelijkheid over de toekomst. Veel nieuwe beleidsvelden – houtbouw, biobased, circulair, isolatie van binnen- en buitenschillen, inbreidings- en optopmogelijkheden, zijn dan ook nog niet geland in de gemeentelijke beleidsdocumenten, en veel beleid is nog zeer sectoraal. Dat vertraagt de uitvoering. Al onze gemeentelijke leden (281 van de 342 gemeenten) en veel niet-leden zijn echter heel hard aan het werk om een geïntegreerd en logisch, eenvoudig beleidshuis te maken. Een beleidshuis dat past bij deze tijd, en waarbij een verschuiving optreedt van regelintensieve omschrijvingen van oplossingen naar regelarme ambities, waarin de markt de ruimte krijgt om met goede oplossingen te komen. Ambities die altijd sterk lokaal bepaald zijn: als de lokale democratie niet meer kan bepalen wat zij wel en niet wil versterken en beschermen, breken we het draagvalk en het vertrouwen van en in de burger nog verder af. En als daarbij de bouw ook nog vrij spel krijgt om te bouwen wat ze wil, zonder dat dat tot meer en betaalbare woningen leidt, dan is het logisch dat daar weerstand op komt. Wees dan ook terughoudend met het wegnemen van bezwaar- en beroepsprocedures.

Het zijn juist de lokale ambities voor duurzaamheid en omgevingskwaliteit, waaronder natuur en bewegingsmogelijkheden, die maken dat de markt in een gezonde bouweconomie en bij een goede bouwcultuur uitgenodigd wordt te innoveren en de slimste oplossingen te bedenken voor mooie, leefbare en duurzame woonwijken. Minder diversiteit in lokale regelgeving leidt zo ook direct tot minder innovatie.

En er is meer nodig om de woningbouw vlotter te trekken. Een andere bouweconomie en andere bouwcultuur vragen óók andere samenwerking, instrumenten en processen, bij iedereen: van gemeenten, van bouwers, van ontwikkelaars en opdrachtgevers, van corporaties en van ontwerpers en kwaliteitsadviseurs.

Er is al heel veel in gang. Iedere gemeente is zich bewust van het tekort aan betaalbare woningen en werkt als een malle om daar iets aan te doen, óók en juist samen met de kwaliteitsadviseurs. Vanuit de Federatie organiseren we met steun van het ministerie van VRO bijvoorbeeld Werkplaatsen Industriële Woningbouw voor gemeenten, corporaties, ontwikkelaars en bouwers, waarin we werken aan de uitvoering van concrete projecten en gebieden. In individuele gemeenten helpen de kwaliteitsadviseurs, ook uit de adviescommissies, mee aan het bouwen van een helder en eenvoudig, op ambitie gericht beleidshuis voor gemeenten.

En wij roepen u op nu voorbij de STOERe praat van verlaagde plafonds en andere ongein die de koper niet ten goede komt, te kijken naar de bouweconomie in zijn geheel. Richt grondfondsen op, waarmee de grondkosten beheerst kunnen worden. Investeer in corporaties. Herzie het instrument Grondexploitatie en de bijbehorende wet. Zet in op adaptieve industriële en conceptuele woningbouw als volwaardige bouwmethode om grondstoffen en capaciteit te besparen. Ondersteun gemeenten in hun capaciteit en modernisering van het beleid in plaats van ze vleugellam te maken met restricties in beleid. Ondersteun ook bewoners en wooncoöperaties die op vernieuwende manieren hoopvolle alternatieven ontwikkelen voor de traditionele werkwijzen. Werk over de hele breedte en met alle maatschappelijke partijen aan een nieuwe bouwcultuur, waarbij het hoofddoel is om fijne, leefbare en toekomstbestendige woningen te creëren voor iedereen. Wij helpen graag mee.

 

Samenvattend

Wij roepen u op het debat te verbreden:
– van het schrappen van regels naar het hervormen van de bouweconomie;
– van symptoombestrijding naar investeringen in grond, infrastructuur en corporaties;
– en van wantrouwen onderling naar een bouwcultuur met heldere ambities en onafhankelijke kwaliteitsadvisering.

Wij werken hier dagelijks aan. De adviescommissies, bouwmeesters en ontwerpers staan klaar om dit samen met opdrachtgevers, bouwers en ontwikkelaars verder vorm te geven. Doet u mee?

 

Marielle Hoefsloot, 1 februari 2026

Directeur Federatie Ruimtelijke kwaliteit

 

 

De Federatie ruimtelijke kwaliteit is een landelijke koepel van lokale en regionale kwaliteitsadviseurs. Naast 281 gemeenten zijn ook waterschappen, provincies en de NCG lid. Deze kwaliteitsadviseurs werken iedere dag aan de uitvoering van de grote maatschappelijke opgaven in Nederland, waarbij zij daadkracht combineren met het streven om Nederland mooier, leefbaarder en duurzamer te maken bij iedere nieuwe ontwikkeling.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.