Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

De Aanvullingswet beoogt om initiatiefnemers voorafgaand aan de gewenste ontwikkeling meer duidelijkheid te verschaffen over de bijdrage die zij op basis van hun activiteiten moeten betalen. Met het oog daarop zijn er in het ontwerp Aanvullingsbesluit duidelijke rekenregels opgenomen, waar het bevoegd gezag gemotiveerd van mag afwijken, maar wel transparant moet zijn over de wijze waarop een ‘maatwerk’- rekenregel tot stand is gekomen, welke kosten daarin zijn meegenomen en de wijze waarop de kosten worden verdeeld over de initiatiefnemers. De opgenomen rekenregels kunnen op die manier worden aangepast aan de specifieke opgave wat het instrument flexibeler maakt waardoor het beter aansluit bij de dynamiek van de praktijk van gebiedsontwikkeling. We komen daar in de navolgende paragrafen op terug. De beroepsmogelijkheden blijven zoals nu het geval is beperkt tot de initiatiefnemer en de juridische en economische eigenaar, voor zover die als belanghebbenden zijn aan te merken.

De Afdeling Advies van de Raad van State was tamelijk kritisch op de wijze waarop het kabinet in de voor advies voorgelegde versie van de ontwerp Aanvullingswet de rekensystematiek had uitgewerkt. De Afdeling concludeert dat de rechtszekerheid en de belasting van de rechterlijke macht ‘niet zijn gediend met het voorstel en dat het voorstel niet leidt tot de beoogde vermindering van bestuurslasten en eenvoudige toepassing van het instrumentarium’. Volgens de Afdeling is het probleem bij kleine gemeenten vooral gelegen in het feit dat zij de benodigde expertise niet in huis hebben en dat er bij grotere gemeenten vaak sprake is van meer dan één kostenverhaalslocatie, zodat verschillende, op de betreffende locaties toegesneden sets van rekenregels door het gemeentelijk bestuur zullen moeten worden opgesteld. Volgens de Afdeling kunnen er zelfs ook bínnen gemeenten aanzienlijke verschillen in kostenverhaalssystematiek ontstaan. Dit betekent volgens de Afdeling ‘dat de voorgestelde regeling ertoe kan leiden dat gelijkluidende regels over kostenverhaal – zelfs binnen een gemeente – een verschillende juridische status krijgen. Daarmee is de rechtszekerheid niet gediend’ Kamerstukken II 2018/19, 35 133, nr. 4, p. 18-19..

Het voorstel dat door het kabinet ter advisering was voorgelegd, droeg volgens de Afdeling evenmin bij aan de verbeterdoelen van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht, nu volgens haar de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht er niet door worden vergroot, ook al kunnen gemeenten de huidige systematiek van het verhalen van kosten in een omgevingsplan gewoon overnemen. De Afdeling wijst er bovendien op dat zowel gemeenten als projectontwikkelaars te kennen hebben geven dat de wijze van kostenverhaal zoals reeds uitgewerkt in hoofdstuk 12 van de Omgevingswet (2016) eveneens bruikbaar is bij organische gebiedsontwikkeling en uitnodigingsplanologie. De Afdeling adviseerde daarom het schrappen van de rekensystematiek die voortvloeit uit hoofdstuk 12 van de Omgevingswet door middel van de Aanvullingswet grondeigendom te heroverwegen Kamerstukken II 2018/19, 35 133, nr. 4, p. 20..