Binnen het openbare orderecht zijn er over afgelopen maand veel leuke uitspraken en interessante ontwikkelingen te melden. Ook vierden we met zijn allen Koningsdag, waarvoor in heel het land binnen het OOV-domein de nodige voorbereidingen moesten worden getroffen.

Om in de sfeer van Koningsdag te blijven, nomineer ik deze uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland als uitspraak van de maand. De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland oordeelde op 26 mei - een dag voor Koningsdag, in het Fries: Koningsdei - over een demonstratie die was aangekondigd voor die volgende dag in Dokkum, de stad die de Koninklijke familie dit jaar aandeed.
De vereniging, die zich het herstel van de republikeinse regeringsvorm in Nederland tot doel stelde, wilde op Koningsdag met 50 personen demonstreren in Dokkum. Dit onder meer door opblaasobject 'Dino Wim' (de mascotte van de vereniging) binnen een demonstratievak te plaatsen.
De burgemeester van Noardeast-Fryslân wilde de demonstratie laten doorgaan. Wel heeft hij daaraan daaraan de beperking opgelegd dat het plaatsen van het opblaasobject ‘Dino Wim’ op grond van bescherming van de gezondheid en ter voorkoming van wanordelijkheden binnen het demonstratievak niet is toegestaan. Volgens de burgemeester zal het opblaasobject bij de uitstroom een obstakel zijn waardoor een eventuele evacuatie langer zal duren, met kans op letsel door verdrukking en vallen van bezoekers.
De aanwezigheid van opblaasobject Dino Wim werd voor de demonstratie echter van groot belang geacht. Dat bleek onder meer uit het gegeven dat de organisator een voorlopige voorziening aanvroeg en daarbij stelde dat zij bereid is "om zo nodig met minder dan 50 (40? 30?) personen in het aangewezen demonstratievak te protesteren, als ‘Dino Wim’ maar onderdeel kan uitmaken van haar demonstratie.” Bovendien was het van belang dat de opblaasdino zich binnen zicht- en gehoorafstand van de route van de Koninklijke route en bezoekers bevinden en konden ze hem binnen 80 seconden laten leeglopen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester in redelijkheid de door de politie geschetste risico’s voor de veiligheid en gezondheid van het publiek bij een mogelijke evacuatie heeft kunnen betrekken bij de besluitvorming. Zij acht de beperking geschikt en haar is niet gebleken dat het doel kan worden bereikt met een minder verstrekkende beperking. Ook heeft de burgemeester een alternatieve locatie beschikbaar gesteld voor het object.
Hierover en meer lees je in mijn nieuwsbrief! Voortaan rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Meld je aan:
