Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Rijk faalt op woningbouw: doelen gemist en budget blijft liggen

De rijksoverheid slaagt er niet in haar eigen woningbouwdoelen te realiseren. Dat blijkt uit het nieuwste verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer over 2025. Zowel de bouw van reguliere nieuwbouwwoningen als de inzet op flexwoningen blijft structureel achter bij de ambities van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Tegelijkertijd wordt een aanzienlijk deel van het beschikbare budget niet besteed.

20 May 2026

Doelstellingen mijlenver uit de praktijk

De minister stelde als speerpunt het realiseren van 100.000 woningen per jaar, maar in 2025 werden er slechts 79.900 woningen gebouwd. Daarmee is opnieuw sprake van een daling ten opzichte van eerdere jaren.

Opvallend is bovendien dat het probleem niet alleen ligt bij de uitvoering, maar ook bij de inzet van middelen. Van de € 731 miljoen die beschikbaar was voor woningbouw, werd slechts € 327 miljoen daadwerkelijk uitgegeven. Dit wijst op een structurele onderbenutting van middelen, mede doordat gemeenten minder subsidieaanvragen indienden en projecten vertraagd raakten.

De Rekenkamer wijst erop dat de woningbouw vastloopt door een combinatie van factoren, waaronder stikstofproblematiek, netcongestie en een tekort aan ambtelijke capaciteit. Daarmee is het falen van de doelstellingen niet enkel financieel, maar ook juridisch en ruimtelijk van aard — precies de kern van het omgevingsrechtelijke speelveld.

Flexwoningen: van wondermiddel naar teleurstelling

Flexwoningen moesten het antwoord vormen op de woningnood: snel realiseerbare, verplaatsbare woningen voor spoedzoekers. De praktijk laat echter een ander beeld zien.

Sinds 2021 is bijna € 948 miljoen uitgetrokken om flexwoningen te stimuleren, maar de resultaten blijven fors achter. Tot en met 2025 zijn er slechts 17.665 flexwoningen gerealiseerd met rijksbijdrage, terwijl de oorspronkelijke ambities opliepen tot 15.000 per jaar.

Ook hier is sprake van onderbesteding: alleen al in 2025 bleef circa € 45 miljoen op de plank liggen binnen de stimuleringsregeling.

De Rekenkamer is kritisch en kwalificeert het beleid zelfs als “matig”. Flexwoningen blijken relatief duur en financieel risicovol, waardoor zij minder bijdragen aan het oplossen van de woningnood dan gehoopt.

Structurele knelpunten in het omgevingsrecht

De achterblijvende resultaten zijn niet toevallig. Gemeenten en ontwikkelaars lopen in de praktijk tegen hardnekkige belemmeringen aan die diep verankerd zijn in het omgevingsrecht:

  • Schaarste aan geschikte locaties door concurrerende ruimtelijke claims;
  • Langdurige vergunningprocedures en planvorming;
  • Financiële onrendabele toppen, doordat tijdelijke exploitatie vaak verliesgevend is;
  • Onzekerheid over herplaatsing na afloop van de tijdelijke termijn;
  • Bezwaren en maatschappelijk draagvlak, mede door het imago van flexwoningen.

Zelfs hogere subsidies bieden onvoldoende oplossing: een stijging van de bijdrage per flexwoning leidt slechts tot een beperkte toename van aanvragen.

Rijksbeleid te ambitieus en slecht onderbouwd

De minister erkent inmiddels dat het beleid voor flexwoningen te ambitieus was. De oorspronkelijke doelstellingen zijn losgelaten, zonder dat daar duidelijke, onderbouwde alternatieven voor in de plaats zijn gekomen.

De Rekenkamer is daar kritisch over. Doelen bleken niet gebaseerd op realistische inschattingen van beschikbare locaties, marktvraag of uitvoerbaarheid. Ook werd de Tweede Kamer onvoldoende geïnformeerd over het loslaten van eerdere ambities.

Dit gebrek aan beleidsconsistentie en transparantie roept vragen op over de effectiviteit van rijksregie binnen het omgevingsrechtelijk kader.

Ook ouderenhuisvesting loopt vast

Niet alleen de algemene woningbouw en flexwoningen blijven achter. Ook de doelstelling om tot 2030 circa 290.000 ouderenwoningen te realiseren, lijkt onhaalbaar. De minister erkende in 2025 al dat de voortgang onvoldoende is om de opgave te halen.

Daarmee stapelen de problemen zich op, terwijl de demografische druk juist toeneemt.

Conclusie: beleidsambities botsen met juridische en praktische realiteit

Het rapport van de Algemene Rekenkamer legt een fundamenteel probleem bloot: de kloof tussen rijksambities en uitvoerbaarheid binnen het omgevingsrecht.

De combinatie van onrealistische doelstellingen, onderbenutting van middelen en structurele juridische en ruimtelijke knelpunten maakt dat het woningbouwbeleid zijn kernopgave niet waarmaakt. Flexwoningen, ooit gepresenteerd als snelle oplossing, blijken geen gamechanger maar een aanvullend – en beperkt – instrument.

Zonder een integrale aanpak van de juridische, financiële en ruimtelijke beperkingen dreigt het woningtekort verder op te lopen. De Rekenkamer is duidelijk: geld alleen is niet de oplossing — het systeem zelf moet op de schop.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.