Artikel 13.11 van de Omgevingswet (2020) wet stelt in het tweede lid dat het bestuursorgaan in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen kan besluiten af te zien van het verhalen van de kosten. In de consultatieversie van de Aanvullingswet was geregeld dat bij de maatregel kan worden bepaald dat het bevoegd gezag hiertoe alleen kan beslissen als kostenverhaal naar zijn oordeel niet doelmatig is. Voor het goed kunnen functioneren van de bevoegdheid om geheel of gedeeltelijk af te zien van kostenverhaal was het volgens de VNG noodzakelijk, dat de voorwaarden waaronder deze gebruikt kan worden helder en met toetsbare criteria in het nog op te stellen Aanvullingsbesluit worden vastgelegd. Het criterium ‘niet doelmatig’ (artikel 13.12 lid 4 van de consultatieversie van de Aanvullingswet) dat is opgenomen als norm voor het besluit van het bevoegd gezag om af te zien van kostenverhaal is volgens de VNG onvoldoende concreet. De criteria voor het afzien van kostenverhaal dienden volgens de VNG in het Aanvullingsbesluit nader te worden uitgewerkt, zodanig dat ze ook in de praktijk goed toepasbaar zijn. De NEPROM plaatste om andere redenen vraagtekens bij het afzien van kostenverhaal als dat niet doelmatig is. In de optiek van NEPROM moet kostenverhaal door gemeenten altijd doelmatig zijn en zij pleitte vanuit dat perspectief voor het verplicht stellen van een kostenefficiency-analyse door gemeenten. Dit om te voorkomen dat de financiële gevolgen van inefficiëntie en onvoldoende kostenbeheersing op de markt worden afgewenteld. Het kabinet heeft daarom besloten het doelmatigheidscriterium uit het ontwerp voorstel van de Aanvullingswet te schrappen. Een gemeente kan immers ook andere redenen dan doelmatigheid laten prevaleren bij haar besluit om kosten niet te verhalen. Dit is geheel in lijn met de doelstelling van de Omgevingswet: meer maatwerk. De Aanvullingswet zwakt daarmee de verplichting tot kostenverhaal af. De gemeenteraad krijgt, als het aan het kabinet ligt, de bevoegdheid om gemotiveerd van deze verplichting af te zien. Vooral bij herstructurering en transformatieopgaven is (volledig) kostenverhaal in de praktijk immers veelal een fictie.
De gevallen waarin het bevoegd gezag kan kiezen om af te zien van kostenverhaal zijn genoemd in artikel 8.14 van het Omgevingsbesluit. De Aanvullingswet brengt hier geen verandering in, ook omdat daar vanuit de praktijk niet op is aangedrongen. Artikel 8.14 Omgevingsbesluit geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om af te zien van het vaststellen van exploitatieregels of exploitatievoorschriften indien:
het totaal van de verschuldigde geldsommen dat op grond van artikel 13.18 van de wet kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000;
er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in de onderdelen a, b en c van bijlage IV;of
de verhaalbare kosten alleen de aansluiting van een locatie op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen.
De in dit artikel 8.14 van het Omgevingsbesluit opgenomen uitzonderingen komen overeen met die uit artikel 6.2.1a van het Besluit ruimtelijk ordening. Wel is in de Nota van toelichting bij het Omgevingsbesluit uitdrukkelijk gesteld dat het in onderdeel a gaat om de totale opbrengst van de te innen exploitatiebijdragen, waarvan de kosten die de aanvrager maakt mogen worden afgetrokken. Dit bevestigt dat voor plannen met een (te verwachten) negatief vereveningssaldo er geen kosten behoeven te worden verhaald. Omdat in een dergelijke situatie echter via het publiekrechtelijke spoor ook geen kosten kunnen worden verhaald op bouwpercelen die wel een bijdrage zouden kunnen leveren, is de uitvoerbaarheid van het omgevingsplan niet verzekerd. In de praktijk komt dit regelmatig voor in gebieden met een transformatieopgave, waar dan vaak gekozen wordt voor een organische ontwikkeling met kostenverhaal via het privaatrechtelijke spoor Hof, G.J.J. van den c.s., Verhalen of betalen? De negatieve exploitatiebijdrage in het exploitatieplan. TBR 2011/74, p. 398-405..