Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

In december 2019 is voor consultatie de ontwerp-Aanvullingsregeling grondeigendom Omgevingswet gepubliceerd. Bij de Aanvullingsregeling, die de Omgevingsregeling Staatscourant 2019, 56288. wijzigt en aanvult, wordt uitgegaan van kengetallen die zijn gebaseerd op een referentieplan voor een uitleglocatie (een locatie buiten de bebouwde kom die grotendeels onbebouwd is) van vijftien hectare.

De plankosten van het referentieplan voor een uitleglocatie zullen in de praktijk verschillen van de plankosten van een plan voor bijvoorbeeld herstructurering of transformatie van een locatie in het bestaand stedelijk gebied. Daarom is in artikel 13.2, vijfde lid, van de Omgevingsregeling bepaald dat correcties (via invloeds- of complexiteitsfactoren) moeten plaatsvinden als sprake is van een plan dat afwijkt van het referentieplan. De periode waarover kosten van voorbereiding mogen worden meegenomen is op minimaal twee en maximaal vier jaar gesteld ten opzichte van het moment van vaststelling van het plan, afhankelijk van de complexiteit van het project:

2 jaar, als de complexiteitsfactor grondexploitatie gelijk is aan of kleiner is dan 30%;

3 jaar, als de complexiteitsfactor grondexploitatie tussen de 30% en 50% is; of

4 jaar, als de complexiteitsfactor grondexploitatie gelijk is aan of groter is dan 50%.

De plankosten bij organische gebiedsontwikkeling zonder tijdvak zullen volgens de minister verschillen van de plankosten bij integrale gebiedsontwikkeling met tijdvak. De plankosten bij organische gebiedsontwikkeling zullen vooral bij de uitvoering van de bouwactiviteiten worden gemaakt en minder bij het vaststellen van het omgevingsplan.

De maximale plankosten bij integrale gebiedsontwikkeling zijn opgenomen in bijlage XXXIV en de maximale plankosten bij organische gebiedsontwikkeling in bijlage XXXV. De tarieven in deze bijlagen worden jaarlijks geïndexeerd. De uitkomst van de berekening van de plankosten is een gespecificeerd en genormeerd maximum totaalbedrag, exclusief btw. Rente en inflatie spelen bij het berekenen van de plankosten geen rol. In een aantal gevallen verschillen de kosten te zeer van project tot project en zijn daarom niet aan een maximum gebonden. De regeling specificeert in welke gevallen dit geldt. Met betrekking tot werkzaamheden die verband houden met het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mogen de kosten van het behandelen en beoordelen van juridische beroepsprocedures niet worden verhaald.

Voor kleine bouwactiviteiten worden forfaitaire bedragen voor het geheel aan plankosten gehanteerd € 6.000 voor kassen tot en met 3.000 m2 bvo en € 8.000 voor een aantal andere kruimelgevallen.. Vaak zal het om kruimelgevallen gaan, waarvoor de gemeenteraad op grond van artikel 8.14 van het Omgevingsbesluit, zoals voorgesteld door het Aanvullingsbesluit, ook een vrijstelling van het kostenverhaal kan verlenen. In dat geval zijn alleen de gebruikelijke leges verschuldigd.