Interessant zijn sommige reacties op de concept Aanvullingsregeling, zoals die van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). De Afdeling constateert in haar reactie Brief van 6 februari 2020. dat de regels over de hoogte en begrenzing van de zogenoemde plankosten in de Aanvullingsregeling niet sterk verschillen van de huidige regels over plankosten die mogen worden verhaald in een exploitatieplan, zoals opgenomen in de regeling plankosten exploitatieplan. Artikel 13.2 van de Aanvullingsregeling bepaalt het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald. De toelichting hierop benadrukt, volgens de Afdeling, dat het bevoegd gezag dus ook lagere plankosten in rekening kan brengen, bijvoorbeeld wanneer feitelijke plankosten lager zijn dan de op basis van de regeling berekende kosten. Mede gezien de bestaande rechtspraak over kostenverhaal op basis van fictieve kosten dan wel daadwerkelijk gemaakte kosten Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:903., rijst bij de Afdeling een tweetal vragen over de keuze om het bevoegd gezag de ruimte te geven ook minder dan de – op basis van de regeling – berekende plankosten te verhalen:
Als het bevoegd gezag besluit de plankosten te verhalen op basis van de feitelijke (lagere) kosten, hoe wordt dan met deze plankosten omgegaan bij de vaststelling van de beschikking inzake de verschuldigde geldschuld als bedoeld in artikel 13.18, lid 1 en bij de eindafrekening als bedoeld in artikel 13.14, lid 1, onder e, onder 2o van de Omgevingswet? Wordt in dat geval bij de vaststelling van de beschikking uitgegaan van een raming van deze kosten, voor zover de plankosten dan nog niet allemaal zijn gerealiseerd? En wordt bij de eindafrekening dan uitgegaan van plankosten zoals deze daadwerkelijk zijn gerealiseerd?
Kan een belanghebbende betogen dat de feitelijke plankosten lager (zullen) zijn dan de plankosten en dat het bevoegd gezag in verband daarmee de plankosten moet verhalen op basis van de feitelijke kosten ervan, althans op een (lager) bedrag dan het bedrag dat verschuldigd is als uitgegaan wordt van de berekende plankosten op basis van de methodiek van de regeling?