In afwijking van artikel 59, vijfde lid, wordt de raad voor de kinderbescherming onverwijld van de inverzekeringstelling van de verdachte in kennis gesteld. De raad voor de kinderbescherming rapporteert zo spoedig mogelijk.
Indien een rapportage van de raad voor de kinderbescherming beschikbaar is, slaat de officier van justitie daarop acht alvorens een vordering tot bewaring te doen.
Indien de verdachte rechtens zijn vrijheid is benomen en niet is geplaatst in een justitiële jeugdinrichting, is ten aanzien van zijn ouders of voogd artikel 45 van toepassing. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de beperking van contacten tussen een verdachte en zijn ouders of voogd.
Regelgeving die op dit artikel is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Beleidsregels en circulaires die dit artikel als wettelijke bevoegdheid hebben
Geen
Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit artikel
Overleveringswet
artikel: 62
Uitvoeringsbesluit ex artikelen 62 en 76 Wetboek van Strafvordering
artikel: 7
Wetboek van Strafvordering
artikel: 509d
(01-08-2019)
|
Datum van inwerking- treding |
Terugwerkende kracht |
Betreft |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Kamerstukken |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Opmerking |
|
wijziging |
17-11-2016 |
20-02-2017 |
||||||
|
nieuw |
07-04-2005 |
08-06-2005 |
||||||
|
vervallen |
02-11-2000 |
08-08-2001 |
||||||
|
nieuw |
07-07-1994 |
Stb. 1994, 528 |
10-07-1995 |
|||||
|
vervallen |
07-07-1994 |
Stb. 1994, 528 |
10-07-1995 |
|||||
|
vervallen |
09-11-1961 |
Stb. 1961, 402 |
16-02-1965 |
Stb. 1965, 58 |
||||
|
nieuw |
09-11-1961 |
Stb. 1961, 402 |
16-02-1965 |
Stb. 1965, 58 |
||||
|
nieuwe-regeling |
15-01-1921 |
Stb. 1921, 14 |
04-12-1925 |
Stb. 1925, 465 |
||||