Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Artikel 496

  • 1

    De ouders of de voogd zijn verplicht tot bijwoning van de terechtzitting. Zij worden daartoe opgeroepen. Bij de oproeping wordt hun kennisgegeven, dat, indien zij niet aan deze verplichting voldoen, het gerecht hun medebrenging kan gelasten.

  • 2

    De verdachte heeft het recht te worden vergezeld door een vertrouwenspersoon die door de rechter geschikt wordt geacht, indien de rechter van oordeel is dat:

    • a.

      de aanwezigheid van de ouders of voogd in strijd is met de belangen van de verdachte;

    • b.

      na redelijke inspanning is gebleken dat de ouders of voogd niet kunnen worden bereikt of onbekend zijn;

    • c.

      de behandeling van de zaak zich tegen aanwezigheid van de ouders of voogd verzet.

  • 3

    Indien in het geval, bedoeld in het tweede lid, de verdachte geen vertrouwenspersoon heeft aangewezen of wanneer de rechter de aangewezen persoon ongeschikt acht, wordt de verdachte bijgestaan door een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.

  • 4

    Indien ouders of voogd op de terechtzitting zijn verschenen, worden zij, nadat de verdachte, een medeverdachte, een getuige of een deskundige zijn verklaring heeft afgelegd, in de gelegenheid gesteld daartegen in te brengen wat tot verdediging kan dienen. In het in artikel 51g, vierde lid, bedoelde geval kunnen de ouders of de voogd vragen stellen aan een getuige of deskundige, maar alleen betreffende de vordering tot schadevergoeding; zij worden in de gelegenheid gesteld verweer te voeren tegen die vordering.

  • 5

    Niettemin kan het gerecht ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de verdachte of diens raadsman bevelen, dat een verhoor van de verdachte, van een getuige of van een deskundige buiten tegenwoordigheid van ouders of voogd geschiedt, tenzij de zaak in het openbaar wordt behandeld. Het gerecht deelt in dat geval de zakelijke inhoud van een en ander aan de ouders of voogd mee, voor zover niet gewichtige redenen zich daartegen verzetten.

Informatie geldend op 01-08-2019

Regelgeving die op dit artikel is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Beleidsregels en circulaires die dit artikel als wettelijke bevoegdheid hebben

Geen

Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit artikel

  1. Wet militaire strafrechtspraak
    artikel: 39

  2. Wetboek van Strafrecht
    artikel: 77ee

  3. Wetboek van Strafvordering
    artikel: 509d, 591a, 488aa, 493a, 500, 501

Overzicht van wijzigingen voor dit artikel

(01-08-2019)

Ontstaansbron

Inwerkingtreding

Datum van inwerking- treding

Terugwerkende kracht

Betreft

Ondertekening

Bekendmaking

Kamerstukken

Ondertekening

Bekendmaking

Opmerking

wijziging

17-12-2009
samen met
23-11-2010

Stb. 2010, 1
samen met
Stb. 2010, 792

30143

Inwtr. 1

01-06-2019

wijziging

15-05-2019

Stb. 2019, 180

35116

15-05-2019

Stb. 2019, 181

01-01-2012

wijziging

06-06-2011

Stb. 2011, 276

32363

27-10-2011

Stb. 2011, 501

01-09-1995

nieuw

07-07-1994

Stb. 1994, 528

21327

10-07-1995

Stb. 1995, 357

01-09-1995

vervallen

07-07-1994

Stb. 1994, 528

21327

10-07-1995

Stb. 1995, 357

01-01-1988

wijziging

01-07-1987

Stb. 1987, 334

15416

09-12-1987

Stb. 1987, 558

01-07-1965

vervallen

09-11-1961

Stb. 1961, 402

4141

16-02-1965

Stb. 1965, 58

nieuw

09-11-1961

Stb. 1961, 402

4141

16-02-1965

Stb. 1965, 58

01-01-1926

nieuwe-regeling

15-01-1921

Stb. 1921, 14

04-12-1925

Stb. 1925, 465

Opmerkingen

  • 1) Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2010/291 gesteld op 1 januari 2011.