Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Artikel 491

  • 1

    Onverminderd artikel 489, eerste lid, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand voor de verdachte die geen raadsman heeft, een raadsman aan, nadat hij er door het openbaar ministerie over in kennis is gesteld dat tegen de verdachte een vervolging, anders dan door een strafbeschikking, is aangevangen wegens een feit waarvan in eerste aanleg de rechtbank, niet zijnde de kantonrechter, kennis neemt. Artikel 40, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 2

    Indien de officier van justitie voornemens is om in een strafbeschikking ter zake van misdrijf een taakstraf als bedoeld in artikel 77f, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht op te leggen en deze meer dan tweeëndertig uren zal belopen, dan wel betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel, die afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 200, roept deze de verdachte op om te worden gehoord. Voor de verdachte die geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman aan, nadat hij door het openbaar ministerie over dit voornemen is ingelicht. Bij die oproeping wordt tevens medegedeeld dat de verdachte zich door een raadsman kan laten bijstaan.

  • 3

    Voor de veroordeelde die geen raadsman heeft, wijst het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een raadsman aan, indien de veroordeelde, gelet op de aard van een krachtens de artikelen 77u of 77ee, eerste lid, in verband met artikel 14i, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, af te nemen verhoor, diens bijstand behoeft.

  • 4

    De aanwijzing, bedoeld in het derde lid, geschiedt op last van de voorzitter van de rechtbank, onderscheidenlijk, wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg, door de voorzitter van het gerechtshof.

Informatie geldend op 01-08-2019

Regelgeving die op dit artikel is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Beleidsregels en circulaires die dit artikel als wettelijke bevoegdheid hebben

Geen

Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit artikel

  1. Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen
    tekst: tekst

  2. Invoeringswet Wetboek van Strafvordering
    artikel: 224

  3. Richtlijn en kader voor strafvordering jeugd en adolescenten, inclusief strafmaten Halt
    tekst: tekst

  4. Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen
    tekst: tekst

  5. Wetboek van Strafvordering
    artikel: 491a

Overzicht van wijzigingen voor dit artikel

(01-08-2019)

Ontstaansbron

Inwerkingtreding

Datum van inwerking- treding

Terugwerkende kracht

Betreft

Ondertekening

Bekendmaking

Kamerstukken

Ondertekening

Bekendmaking

Opmerking

wijziging

22-02-2017
samen met
15-05-2019

Stb. 2017, 82
samen met
Stb. 2019, 180

34086
samen met
35116

01-06-2019

wijziging

15-05-2019

Stb. 2019, 180

35116

15-05-2019

Stb. 2019, 181

01-03-2017

wijziging

17-11-2016

Stb. 2016, 476

34159

20-02-2017

Stb. 2017, 66

17-02-1999

wijziging

28-01-1999

Stb. 1999, 30

25836

04-02-1999

Stb. 1999, 40

01-09-1995

nieuw

07-07-1994

Stb. 1994, 528

21327

10-07-1995

Stb. 1995, 357

01-09-1995

vervallen

07-07-1994

Stb. 1994, 528

21327

10-07-1995

Stb. 1995, 357

01-01-1988

wijziging

01-07-1987

Stb. 1987, 334

15416

09-12-1987

Stb. 1987, 558

01-07-1965

vervallen

09-11-1961

Stb. 1961, 402

4141

16-02-1965

Stb. 1965, 58

nieuw

09-11-1961

Stb. 1961, 402

4141

16-02-1965

Stb. 1965, 58

01-02-1940

wijziging

29-11-1935

Stb. 1935, 685

23-11-1939

Stb. 1939, 285

01-01-1926

nieuwe-regeling

15-01-1921

Stb. 1921, 14

04-12-1925

Stb. 1925, 465